Bij de parlementsverkiezingen in Nieuw-Zeeland is het resultaat na de telling van meer dan 95 procent van de stemmen vrijwel een gelijkspel. De Nationale Partij van premier Chris Luxon en de Labour-partij van Chris Hipkins komen elk op ongeveer 30 procent uit. Het verschil bedraagt slechts enkele duizenden stemmen. Omdat geen van beide partijen zelfstandig een meerderheid kan behalen, zijn beide grote partijen aangewezen op coalitiepartners. Kleinere partijen zullen daardoor waarschijnlijk een doorslaggevende rol spelen in de onderhandelingen.
Opvallend is dat beide grote partijen een historisch zwak resultaat boekten. De Nationale Partij verloor ten opzichte van drie jaar geleden ongeveer tien procentpunt. Dat verlies laat zien hoe sterk het vertrouwen van kiezers in de zittende regering is afgenomen. Ook Labour kon de ontevredenheid niet volledig omzetten in een overtuigende winst, waardoor beide kampen met een uitslag achterblijven die geen duidelijke richting aangeeft.
De stemming in het land wordt volgens de notities grotendeels bepaald door zorgen over de dagelijkse economische werkelijkheid. Kiezers zijn ontevreden over de kosten van levensonderhoud, de werkloosheid, een stagnerende economie en de woningcrisis. Die thema's domineerden de campagne en gaven het electoraat een duidelijk motief om van partij te wisselen of op nieuwe alternatieven te stemmen. Parallel daaraan vertrokken vorig jaar naar schatting ruim 68.000 Nieuw-Zeelanders uit het land, vooral richting Australië. Het zijn bijzonder hoge aantallen die laten zien dat de economische druk ook buiten de stembus voelbaar is.
Een van de opvallendste ontwikkelingen is het succes van de Opportunity-partij, geleid door Qiulae Wong. Zij haalde voor het eerst de kiesdrempel van vijf procent. Daarmee krijgt de partij een serieuze positie in de coalitiebesprekingen. Volgens de berichtgeving kan juist deze nieuwkomer in de komende dagen het verschil maken tussen een regering van de ene of de andere grote partij. Voor een partij die nog niet eerder in het parlement vertegenwoordigd was, is dit een belangrijke doorbraak.
De regeringsvorming kan enkele dagen duren. De definitieve uitslag wordt later deze maand verwacht, terwijl het volledige officiële resultaat naar verwachting over ongeveer drie weken bekend wordt. Tot die tijd blijft het onduidelijk welke coalitie het land gaat besturen. Het tijdpad maakt duidelijk dat de onderhandelingen zich zowel op de korte als op de langere termijn zullen afspelen.
In het verkiezingsdebat kreeg ook de positie van de Maori weinig aandacht. Alleen de partij Te Pati Maori bracht de rechten van de inheemse bevolking nadrukkelijk naar voren. Slechts drie procent van de ondervraagden noemde Maori-gerelateerde thema's als belangrijkste onderwerp. Dat geringe aandeel contrasteert sterk met het belang van de Maori in het Nieuw-Zeelandse politieke landschap en laat zien hoe sterk de economische zorgen de agenda hebben beheerst. Wie de nieuwe regering gaat vormen, zal daarom ook moeten laten zien welke prioriteit de rechten van de Maori krijgen.
9